Een uitzendbureau dat buitenlandse medewerkers in de agrarische sector en in de bloementeelt detacheerde, kreeg in 2023 vragen van haar huisbankier Rabobank. Als gevolg van de bevindingen uit dat onderzoek heeft Rabobank de bankrelatie op 6 maart 2024 opgezegd. Het uitzendbureau heeft vervolgens zonder succes geprobeerd bij andere bankinstellingen een rekening te openen. Ook startte het uitzendbureau een procedure bij de rechtbank Amsterdam, met als inzet het behoud van de bankrelatie.
EVR-registratie
Tijdens de procedure kwam onder meer ter sprake dat het uitzendbureau (volgens zichzelf onterecht) in het Extern Verwijzingsregister (EVR) was opgenomen. In dat register wordt bijgehouden wie bijvoorbeeld fraude heeft gepleegd, en doorgaans is het voor andere financiële instellingen een rode vlag als u of uw onderneming in dat register is opgenomen.
De EVR-registratie in deze zaak was gedaan door een leasemaatschappij. Van die maatschappij was een auto geleased, maar terwijl de auto bij een garage stond, had het uitzendbureau geen geld meer om de garage te betalen. De garage weigerde de auto vervolgens af te geven voordat de rekening betaald was. Het uitzendbureau kon de auto dus niet inleveren bij de leasemaatschappij en die reageerde daarop met een registratie in het EVR. Dit was allemaal ten onrechte gebeurd, aldus het uitzendbureau, maar er was geen geld om die registratie aan te vechten. Er was trouwens ook geen geld om de jaarrekeningen over de periode 2021 tot en met 2023 op te laten maken en te deponeren; bij het ontbreken van die stukken had de bank ook al vraagtekens gezet.
Ongeloofwaardig
Vreemd, vond de rechtbank Amsterdam in haar uitspraak van 22 oktober 2025, want uit de stukken bleek dat het uitzendbureau in 2021 bijna € 17.000 aan een consultant in Dubai had betaald, dat het in de periode 2021-2023 ruim € 34.000 aan privé-uitgaven voor de bestuurder had voorgeschoten, en dat in 2021 en 2022 personeelsuitjes naar Abu Dhabi plaatsvonden voor een bedrag van ruim € 22.000. Dat het, volgens de bestuurder, zo slecht ging dat hij zelfs geld bij familie moest lenen om de eindjes aan elkaar te knopen, vindt de rechtbank dan ook ongeloofwaardig. En niet alleen ongeloofwaardig: het levert ook voldoende reden op voor de bank om te twijfelen aan de aard van de onderneming die het uitzendbureau drijft. Kortom, de rechtbank oordeelt dat de klantrelatie terecht is beëindigd.
Leuke dingen doen met of vanuit je bv is zeker niet fout, maar zorg ervoor dat de (financiële) prioriteiten op orde zijn.